Wat leer je?
Tijdens je opleiding leer je alles over de werktuigen die worden ingezet bij de grond-, water- en wegenbouw. Niet alleen reparaties en onderhoud is jouw ding, ook de bediening van deze machines kunnen ze aan jou over laten.
Er zijn twee opleidingen:
- Monteur mobiele werktuigen (niveau 2).
- Allround monteur mobiele werktuigen (niveau 3).
Hoe dan?
Wie kiest voor werken en leren volgt een opleiding in de beroepsbegeleidende leerweg (bbl). De praktijk leer je bij een leerbedrijf, de theorie bij een regionaal opleidingencentrum (roc). Wie kiest voor de opleiding in de beroepsopleidende leerweg (bol) leert op een school (roc) met af en toe stages bij een leerbedrijf. In de praktijk is er genoeg begeleiding. Een leermeester staat altijd voor je klaar.
Duur
Voor ieder niveau twee jaar. Maar het kan veel korter als blijkt dat je bepaalde onderdelen al
beheerst.
Toelatingseisen
Met één van de onderstaande diploma’s kun je deze opleidingen starten:
Voor de opleiding Monteur mobiele werktuigen:
- Een diploma vmbo
- Een diploma Assistent bouw en infra
Voor de opleiding Allround Monteur mobiele werktuigen:
- Een diploma vmbo theoretische, kaderberoepsgerichte of gemengde leerweg
- Een diploma havo of vwo
- Alle diploma’s van opleidingen in de bouw en infra op niveau 2
En daarna?
Wie het diploma Monteur mobiele werktuigen heeft (niveau 2) heeft, kan door met de opleiding Allround monteur mobiele werktuigen (niveau 3). Als vakman kun je je verder ontwikkelen en doorgroeien in je functie. Omdat je meer vakkennis en vaardigheden hebt, krijg je ook meer verantwoordelijkheden, bijvoorbeeld over de werkplaats. Wie Allround monteur mobiele werktuigen heeft gedaan, kiest met de opleiding Middenkaderfunctionaris of Kaderfunctionaris (niveau 4) voor een logisch vervolg.

